Nederlands predikant en letterkundige Nicolaas Beets leefde van 1814 tot 1904. Na een studie te Leiden in de periode 1833-1839 werd Beets in 1840 beroepen te Heemstede. In 1854 werd hij predikant te Utrecht, waar hij van 1875 tot 1884 ook theologisch hoogleraar was.
Onder het pseudoniem Hildebrand publiceerde Beets in 1839 de bundel "Camera Obscura". Dit zeer succesvolle werkje bevatte een aantal uit zijn studententijd daterende essays en novellen, waarin hij op humoristische wijze het Hollandse biedermeierleven uitbeeldde.
Biedermeier vindt zijn oorsprong in Duitsland en is vernoemd naar het dichtwerk van Eichrodts "Biedermaiers Liederlust". De brave burger was zeer tevreden met zichzelf en de eenvoudige genoegens van het leven.
De "Camera Obscura" zoals wij die kennen, dateert van 1854. Hierin werden ook latere publicaties toegevoegd. Bekende verhalen hierin zijn "Een onaangenaam mensch in de Haarlemmerhout", "De familie Stastok" (waarin het befaamde verhaal van het Diakenhuismannetje dat zijn historie vertelt) en "De familie Kegge". In de eerste helft van de 20e eeuw behoorde het boek tot de verplichte literatuur van middelbare scholieren.
Zijn latere werk is veel religieuzer en omvat stichtelijke geschriften, preken en bundels. Vrome gedichten als "Korenbloemen" uit 1853, "Madelieven" uit 1869, "Najaarsbladen" uit 1881 en "Winterloof" uit 1887 zijn de bekendste gedichten van Beets.
Nicolaas Beets ontdekte de verloren gewaande gedichten van Anna Visscher (1584-1651). Ook zorgde hij ervoor dat deze religieuze gedichten werden uitgegeven.
|