Drukkende tropische warmte, een zwoele sfeer van decadentie en de dreiging van het wilde en onbekende vormen de achtergrond van het verhaal rond de nooie en erotische residentsvrouw Léonie van Oudijck. Nederlandse nuchterheid tegenover Javaanse mystiek, angst voor seksuele taboes tegenover natuurlijke eenvoud en uitbundigheid: de hoofdpersonen in De Stille Kracht worden verscheurd door tegenstellingen die zij zelf niet begrijpen.
Het oude koloniale Indië is tastbaar aanwezig in deze roman, die een hoogtepunt vormde in het werk van Louis Couperus (1863 - 1923). Hij schreef het boek grotendeels tijdens een verblijf bij zijn zwager in Indië. Bij het verschijnen in 1900 veroorzaakte de roman zowel in Nederland als in Indië grote opschudding.