|
Om 6 uur 's ochtends staan we naast de tent. Een aantal mensen is al driftig bezig met het naar binnen schrokken van borden dikke Brinta en cruesli. Aangezien ik én geen ochtendmens ben én iemand die normaalgesproken het ontbijt het liefst overslaat is dit voor mij wel even schrikken. De vettige mix van melkpoeder, water en cruesli doet me bijna over mijn nek gaan, maar ik laat mezelf niet kennen en werk zelfs het bord cement-Brinta dat Ingrid voor de helft laat staan naar binnen. Ik besef maar al te goed dat ik wel zal _moeten_ eten als ik vandaag het eindpunt wil halen.
We breken de boel af, pakken onze rugzakken in en beginnen om kwart voor 8 aan de tocht naar Sotres. Eerst lopen we een half uur over asfalt langs de Deva rivier, die haar naam dankt aan een legende die beweert dat het paradijs, met de bron van Eva (Fuenta de Eva) zich hier ooit heeft bevonden. Na een korte pauze, waarin druk 'preventief getaped' wordt, beginnen we aan de klim van 1000 meter naar het dorpje Tresviso. Het is vreselijk warm en benauwd, een combinatie van de Nederlandse klamme zomerhitte en Spaanse temperaturen zeg maar. Ik verlies extreem veel vocht, gelukkig heb ik mijn waterzakken allebei volledig gevuld vanochtend.
Ondanks de tropische omstandigheden zit het tempo er redelijk in. Martin en ik ontdekken met behulp van zijn hoogtemeter dat er bij een stijgsnelheid van 7 meter per minuut nog een conversatie te voeren valt terwijl dat bij 9 meter per minuut niet meer mogelijk is. Dit geldt waarschijnlijk niet voor Henk en Martijn, die beiden een flinke voorsprong hebben. Ingrid heeft het zwaar, ze raakt haar warmte niet kwijt en kan ons tempo niet bijhouden. Mariëtte en Hanny nemen haar mentaal op sleeptouw en ik draag, na een eindje teruggelopen te zijn, haar rugzak het laatste steile stukje naar boven. In Tresviso houden we een uitgebreide middagpauze en doen we ons tegoed aan brood met chorizo en stinkkaas. De eigenaar van de uitspanning ruikt geld en rekent astronomische bedragen voor deze eenvoudige doch voedzame maaltijd.
Na Tresviso volgen we een tijdje lang de asfaltweg naar Sotres, die een enorme lading hitte uitstraalt. Niet goed voor het humeur en de energievoorraad. Volgens Ruurd hebben we gewoon last van een 'post prandiaal dipje', oftewel een lichte inzinking omdat onze magen druk bezig zijn de chorizo te verteren. Al snel besluiten we, mede omdat Ingrid er vrijwel doorheen zit, een uitgebreide siësta te houden op het enige stukje rots in de verre omtrek dat wat schaduw biedt. Ingrid blijft hierna samen met Hanny en Mariëtte de asfaltweg volgen, terwijl de rest van de groep de Valle de Sobra afdaalt. De tocht door dit dal valt me smerig tegen, vooral als we weer omhoog moeten naar de asfaltweg loop ik aan één stuk door te hijgen. Geen wonder, tot nu toe zijn we ruim 1500 meter gestegen en 500 meter gedaald. Niet niks voor zo'n eerste dag!
Inmiddels beginnen we steeds dichterbij onze bestemming voor vandaag, een bronnetje vlak voor Sotres, te komen. Het is nog even flink zoeken, maar na ongeveer een uur over een met venijnige doornstruiken begroeide bergkam rondgezwalkt te hebben vinden we onze kampeerstek midden tussen de koeien uiteindelijk toch. Als de tenten goed en wel staan komt een oud besje klagen dat haar koeien niet meer bij de drinktrog kunnen omdat onze tenten midden op het pad, het enige stuk wat redelijk vlak is, staan. Bovendien zouden de beesten bang voor ons zijn. Dat lijkt ons sterk: de 'vacca' vinden ons bezoek maar wat interessant getuige de nieuwsgierige blikken en de vele pogingen om onze bezittingen op te vreten. Over dat laatste gesproken: helaas beginnen we vandaag met de volgens Ingrid smerigste maaltijd in de Intertrek collectie: de 'Hollandse groentepot'. En die is dus inderdaad niet te vreten.
|
|