|
Ik word tegen kwart voor 6 wakker, net voor Ingrid aan haar belangrijke dagelijks terugkerende taak, het wekken van de rest, begint. De koeien hebben de door ons naast de trog gedumpte overblijfselen van de Hollandse groentepot met geen poot aangeraakt, en ik geef ze groot gelijk. Het ontbijt ligt ook nu weer zwaar op mijn maag. Ik hoop dat mijn spijsvertering wat meer aan dit eetpatroon gaat wennen de komende dagen, elke ochtend beginnen met een hete klont in je maag is verre van optimaal.
Na een half uurtje lopen, waarin achtereenvolgens Sonja, Mariëtte en Hanny het slachtoffer zijn van lichte valpartijen, komen we in Sotres aan. Tot mijn grote verbazing blijkt het de bedoeling te zijn om hier op een terrasje het ontbijt nog even dunnetjes over te doen. Ik dacht toch echt dat we zo vroeg opgestaan waren om in de relatief koele ochtenduren zo veel mogelijk afstand te kunnen overbruggen, maar blijkbaar heb ik dat niet goed begrepen. In ieder geval heeft mijn ontbijt op deze manier even de kans wat te zakken voordat we aan het echte werk beginnen. In de herberg even verderop heeft een andere Nederlandse wandelgroep de nacht doorgebracht. Ze hoeven hun slaapplaats niet met koeien te delen en hun bagage wordt elke dag ook nog eens vervoerd. Wat een luxe!
De bestemming van vandaag is de hut aan de voet van de Naranjo de Bulnes (ook wel Picu Urriellu), gelegen in het centrale massief. Vanaf Sotres dalen we eerst een flink stuk langs een asfaltweg. Al snel is het gedaan met de pret, het is nu klimmen geblazen en dat zal zo blijven tot we bij de hut zijn. Het eerste stuk gaat weliswaar over een makkelijk te belopen jeeptrack, maar dan wel in de volle zon, die al behoorlijk wat kracht heeft. Daarbij begint het lopen op zo'n breed pad snel te vervelen, en dat maakt het extra zwaar. Tijdens een korte 'kekjespauze' worden we ingehaald door een legioen vrij licht bepakte Engelsen. Zij zijn ook op weg naar de laatste van de twee hutten op deze route, wellicht zien we elkaar daar vanavond weer.
We verlaten de jeeptrack en gaan nu via een smaller, maar nog steeds goed begaanbaar pad omhoog naar de eerste hut, de Refugio de la Terenosa. Zo te zien is dit een vrij populaire route, het stikt er van de wandelaars. Jammer, maar we hebben natuurlijk niet het alleenrecht op een wandeling door dit ontzettend mooie Macizo Central. Bij de eerste hut vinden we een schaduwrijk plekje waar we een siësta houden en waar ik veel, maar naar later blijkt niet genoeg, hartkeks naar binnen werk. Enigszins loom door de lange pauze gaan we ruim een uur later weer op pad. Martijn en Henk blijken hun siësta een paar honderd meter verderop gehouden te hebben en herenigen zich hier met de groep.
Inmiddels heb ik het, ondanks het geweldige uitzicht, erg zwaar. Ik betrap mezelf er steeds meer op dat ik alleen maar naar het pad loop te staren en aan het inschatten ben hoe ver het nog is naar de hut. De rest schijnt er geen of veel minder last van te hebben, dus doe ik zoveel mogelijk of er niks aan de hand is. Als even later blijkt dat we nog ruim 500 meter omhoog moeten naar de hut zak ik zo'n beetje door de grond. Mariëtte praat me zo goed als het kan omhoog, maar op een gegeven moment lukt het echt niet meer. Gelukkig is de redding nabij: Martijn neemt mijn rugzak over en Henk die van Ingrid, die het ook zwaar heeft. Het is nog maar een meter of 25 omhoog en dan nog een stukje over vlak terrein naar de hut, maar ik ben volledig uitgeput. De diagnose: hongerklap. Ik word door de rest volgestouwd met pinda's, tucjes, soep en pasta met tonijn en kom hierdoor weer enigszins op krachten, maar niet genoeg om het avondleven op de Vega bewust mee te maken. Slapen, slapen en nog eens slapen, dat is het enige wat ik nu kan en moet doen.
|
|