|
Het verdomhoekje op de camping in Fuente Dé heeft als voordeel dat het er heerlijk rustig is. Inmiddels enigszins gewend aan het vroege opstaan sta ik om 06:00 bijna vrolijk mijn ontbijt naar binnen te happen. Cruesli blijkt trouwens een stuk lekkerder als je het mixt met sinaasappelsap in plaats van het braakmiddel van warm water en melkpoeder. Voordat de camping wakker wordt zijn we al weer op pad, op weg naar Caïn. We moeten flink wat kilometers maken vandaag, over niet al te moeilijk terrein weliswaar.
Langs een jeeptrack klimmen we geleidelijk omhoog. Sonja en ik hebben vandaag ongeveer hetzelfde tempo, het eerste stuk lopen we dus samen op. Gezellig pratend over sport(blessures) en snoepend van de rijpe bramen langs de kant zijn we voordat we het weten een flink stuk gestegen. Een blik op de kaart leert dat we nog een behoorlijk eind over de jeeptrack moeten voordat we een smaller bergpad in mogen slaan, maar vandaag lijkt niets me te kunnen deren. Ik heb het prima naar mijn zin, zo met de rustdag in het vooruitzicht. Ook de gesprekken zijn goed: Martijn en ik geraken, geïnspireerd door de mistige bergen achter ons, aan de praat over fantasy, met name de werken van Tolkien.
Inmiddels heeft Ingrid het helemaal gehad. Ze besluit er na vandaag mee op te houden, ook omdat ze zich niet in staat acht de groep te kunnen begeleiden als ze telkens achter ons aan moet lopen. We vinden het erg jammer maar hadden het eigenlijk allemaal al aan zien komen. Even later is er contact met Intertrek en mag Piet Boorsma, de baas, op zoek naar een eventuele vervangende reisbegeleid(st)er. We lappen Ingrid op door haar flink vol te proppen met hartkeks en beginnen daarna aan de tocht naar de Cares kloof.
Eindelijk lopen we op een wat smaller, heel licht dalend pad. Toch gaat het me al snel vervelen, voornamelijk wegens erg weinig afwisseling in het toch al niet erg spectaculaire landschap. Maar ja, dat is de prijs die je betaalt voor het naar de bewoonde wereld toe lopen. Na een korte rustpauze bij een bron klaart mijn humeur weer wat op. Het laatste stukje naar het dorp dorp Posada de Valdeon loop ik zelfs zo lekker dat ik samen met Henk als eerste aankom. Een heuglijk feit, dus besluit ik mijn zakje 'levensreddende salmiakpastilles' aan te breken.
Na een verkoelend voetenbad in een stroompje dat door het dorp loopt pikken we een terrasje. De groep splitst zich in tweeën: ik besluit om samen met Sonja, Henk, Martijn en Martin de laatste 8 kilometer door de kloof naar Cain te lopen, de rest gaat boodschappen doen in Posada om daarna per taxi naar Cain af te reizen. We lopen stevig door over een makkelijk begaanbaar pad. Na ruim een uur dalen we cross-country af over een steile, beboste helling. Martijn mag zich hier uitleven in het navigeren met kompas. En dat gaat hem goed af: we komen al snel uit op het asfaltweggetje naar Cain, waar op dat moment heel toevallig ook de taxi met de rest van de groep langs komt. Nu nog 2 kilometer in marstempo naar Cain over asfalt, maar Sonja trekt het niet echt meer. Als we op de 'camping' (een grasveld naast de rivier) aankomen blijkt de tent er al te staan en wordt er druk aan het avondeten gewerkt. Da's mooi, want ik ben inmiddels ook wel aan het eind van mijn krachten.
|
|