|
Na twee rustdagen is het vandaag weer van dik hout zaagt men planken: we moeten vrijwel alleen maar klimmen, en wel ruim 1250 meter. Eindbestemming is de hut bij Vega de Ario. Na een kort afscheid van Ingrid, die het hier niet al te makkelijk mee heeft, lopen we via een goed begaanbaar pad Caïn uit. De in de rotsen uitgehakte tunnels zijn voor de gemiddelde Spanjaard qua hoogte vast goed te doen, ik stoot echter voortdurend met de bovenkant van mijn rugzak tegen het plafond. Gelukkig zijn deze natte en donkere tunnelpassages niet talrijk, het uitzicht op de nu ver beneden ons stromende Cares is namelijk prachtig!
Volgens de beschrijving van Intertrek moeten we na de derde brug rechtsaf, via een smaller pad door 'Canal de Trea' de bergen in. Gek genoeg lijkt er op dit punt alleen maar een blubberspoor omhoog te lopen, ontzettend steil ook nog. Jawel, dit is dus het 'pad'. Met handen en voeten trekken we ons aan boomwortels en rotspunten omhoog. Wat later begint het gelukkig iets meer op een pad te lijken, maar het blijft verrekte steil en glibberig van het weer van gisteren. Hanny en Mariëtte hebben het duidelijk niet naar hun zin op dit terrein. Lydia begeleidt ze professioneel naar onze eerste rustplek, waar we de zon achter het gebergte aan de overkant van de kloof op zien komen. Een mooi schouwspel, het zonlicht komt als het ware van de berg af rollen.
We verlaten nu de zon zich gemeld heeft ook direct de beboste voet van de berg. Het pad gaat van blubber over in steenslag, en als ik zo naar boven kijk blijft dat ook nog wel een tijdje zo. Ik begin langzamerhand aardig buiten adem te raken. Snel de rem erop, hoewel ik probeer Sonja, Ruurd, Martin en Aaltsje, die vlak voor me lopen, bij te houden. Dat lukt enigszins, maar toch moet ik hoe langer hoe meer terrein prijs geven. Henk is al weer een klein stipje in de verte geworden, en Martijn zit 'm zo te zien op de hielen. En dan blijk ik, veel eerder dan verwacht, opeens boven te zijn. Om dat te vieren breek ik het pak sinaasappelsap aan dat ik bovenop de 3 liter water mee naar boven heb gezeuld.
Tijdens de kekjespauze worden we verrast door omlaag zakkende bewolking die ons binnen korte tijd weet te omsingelen. Dit levert ontzettend mooie uitzichten op bergtoppen die half in de wolken hangen op, maar tegelijkertijd daalt de temperatuur ook behoorlijk! We trekken wat warmere kleren aan en klauteren over kalksteen naar de hut. Voor mijn gevoel is het een erg kort en relatief makkelijk stuk, Mariëtte zit er nu echter helemaal doorheen. Lydia blijkt een fantastische begeleidster: ze pikt Mariëtte's gevoel van onbehagen feilloos op en trakteert haar op een ontspannende massage.
We zitten nog steeds midden in de wolken en dus besluiten we in de hut onder het genot van hete koffie en thee weer wat op krachten te komen. Het eerder voorgenomen plan om nog een stukje door te lopen naar het verlaten dorpje Las Bobias wordt unaniem van tafel geschoven, we mogen de tenten gaan opzetten op de Vega de Ario. Daar zijn we overigens niet alleen, naast ons bivakkeert een expeditie van Engelse studenten die de hier aanwezige grotten aan het onderzoeken zijn. We worden gewaarschuwd dat er 's nachts wel eens wolven aan de tenten zouden kunnen gaan snuffelen. Waarschijnlijk ga ik daar niks van merken, de koude heeft inmiddels zoveel energie aan me onttrokken dat ik vannacht vast erg goed en diep ga slapen. In de weer wat optrekkende mist, die mooie foto's oplevert, eet ik snel mijn warme hap op om vrijwel meteen daarna in onze warme tent te kruipen.
|
|